|
In 1946 wordt de vliegactiviteit hervat, onder impuls van
de beheerders Joe Verellen, P.H. Schellekens, René Van den Bergh,
Willy Janssens en Theo Ooms. Via de Federatie krijgt de AAC, twee Piper
Cub's J3 ter beschikking: de OO-JOE en de OO-REX.
1946: de OO-REX vloog 21 jaar bij de RAAC
In 1949 kan de pilots room en het clubsecretariaat, na
verbouwing in eigen beheer, terug in dienst worden genomen.
In 1951 wordt door de AAC op de Luchthaven een
internationale vliegmeeting ingericht om het gedenkteken ter ere van Jan
Olieslagers te financieren. De opbrengst laat toe om beeldhouwer Willy
Kreitz opdracht te geven een standbeeld te maken dat door Mevrouw
Olieslagers in 1952 wordt ingehuldigd.
In 1952 viert de Club haar 25-jarig bestaan en wordt
Koninklijke Vereniging : "Royal Antwerp Aviation Club"
of kortweg RAAC Er komen twee afdelingen bij: de
"modelluchtvaart" en een "sectie jongeren".
1952: de RAAC modelbouwafdeling wordt opgericht
1956 is het jaar waarop een eigen fulltime instructeur in
dienst wordt genomen; niemand minder dan Daniël Jordens,
ex-militair instructeur. Hij had in 1928 bijgedragen tot het vestigen
van een wereldrecord lange afstand - 60 uur in de lucht met een
tweedekker, de Haviland 9 door regelmatig bijtanken in volle vlucht.
(Een gedenkplaat wordt later onthuld op het vliegveld van Goetsenhoven.)
De afdeling "zweefvliegen" wordt in 1958, onder
impuls van Dr. Herman Smet en Jean De Beukelaer gesticht. De RAAC koopt
meteen een Ka2 Schleicher en een Rhön-Lerche aan. Medailles, bekers en
prijzen stapelen zich op. De naam van de RAAC wordt uitgedragen tot in
de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en Australië.
In 1959 bestaat de clubvloot uit 10 toestellen en worden
voor de eerste maal de 1000 vlieguren overschreden.
|