Verloop vliegopleiding

Als erkende opleidingsinstelling (BE.DTO.115) hebben wij de nodige erkenningen om zowel de theoretische als praktische opleiding tot Privaat Piloot PPL(A) te organiseren. Deze opleiding leidt tot een internationaal erkende EASA-vergunning waarbij men onbezoldigde vluchten met passagiers mag uitvoeren in zichtvlucht- omstandigheden (VFR).

Meer informatie over de verschillende aspecten van een vliegopleiding zijn ook te vinden op https://mobilit.belgium.be/nl/luchtvaart/vliegen-met/vliegtuigen-helikopters/piloot/piloot-worden

1. Theoretische vorming

Hoewel de te kennen leerstof voor de meesten nieuw is, kan ze toch gemakkelijk aangeleerd worden. De voorafgaande nodige kennis ligt niet hoger dan het niveau middelbaar onderwijs. Het is zeker niet juist dat een uitgebreide kennis van wiskunde zou vereist zijn. Ervaren en deskundige lesgevers, ondersteund met didactisch materiaal, maken het leren veel gemakkelijker voor diegenen die het niet meer gewoon zijn.

De theorieopleiding omvat volgende verplichte vakken en kan zowel klassikaal of via zelfstudie (Distance Learning) gevolgd worden:

Hoe zit het met de voorrang van vliegtuigen in vlucht, de gebruikte visuele seinen, de indeling van het luchtruim, de luchtverkeersdiensten en de verkeersleiding, de hoogten waarop mag gevlogen worden en de vereiste weerminima? Wanneer en waar mag er gevlogen worden? Samengevat: de wegcode voor vliegtuigen.

Ooit afgevraagd hoe een vliegtuig in de lucht blijft en bestuurd kan worden? Hier krijg je het antwoord! De belangrijkste basisbegrippen van de aerodynamica, alsook van de werking van de besturingsorganen komen aan bod. Hoe wordt er geklommen of gedaald? Kortom, de verschillende vluchtregimes zoals stijg-, daal- en kruisvlucht worden nader bekeken.

Deze lessen behandelen alle technische aspecten van een licht vliegtuig zoals de vliegtuigcel, de motor, de propeller en andere aanverwante uitrustingen. Neen, je wordt niet opgeleid tot vliegtuigtechnicus, maar een elementaire kennis van je vliegtuig is vereist om het veilig en correct te kunnen gebruiken.

Ook de belangrijkste cockpitinstrumenten worden in detail bekeken, zoals de hoogtemeter, het kompas, enz. Je zult die instrumenten immers nodig hebben om je vliegtuig op een voorbeeldige wijze tot je bestemming te vliegen.

Hierin gaat het vooral over fundamentele berekeningstechnieken met betrekking tot het uitvoeren van een vlucht. Voorbeelden hiervan zijn het opmaken van een gewichtsbestek, berekenen van de nodige startbaanlengte, enz.

Hoe reageert de mens op bepaalde omstandigheden die zich kunnen voordoen in vlucht? Ook de verschillende menselijke beperkingen komen aan bod. De lesgever raakt eveneens enkele belangrijke psychologische aspecten aan.

Neen, hier wordt je niet op opgeleid tot een nieuwe Frank Deboosere, maar men zal je de invloed van het weer op het vliegen uitleggen, en je wegwijs maken in de weerkaarten en weerberichten voor de luchtvaart. Een juiste interpretatie van deze gegevens evenals een correcte inschatting van het weer zijn immers van kapitaal belang voor de veiligheid van je vlucht!

Hier gaat het vooral over de voorbereiding van een vlucht, m.a.w. alle aspecten die nodig zijn om veilig tot je bestemming te komen: het gebruik van navigatiekaarten, het berekenen van de invloed van de wind, de verschillende gebruikte eenheden in de luchtvaart, het gebruik van het kompas en de andere navigatie-instrumenten die je aan boord van je vliegtuig zal aantreffen.

Waar moet men allemaal aan denken voor een vlucht? Wat in noodsituaties? Of wat als ik een fout (overtreding) bega die bestraft kan worden?

De noodzakelijke radioprocedures, nodig om op gecontroleerde vliegvelden of luchthavens (zoals Antwerpen) met de verkeersleiding te communiceren en zodoende de nodige klaringen te bekomen, worden in dit vak aangeleerd.

De lessen starten rond midden-september en vinden plaats in het leslokaal van de RAAC op de luchthaven van Deurne op dinsdagavond (19:00 – 22:30) en zondagochtend (9:00 – 12:30), uitgezonderd tijdens de schoolvakanties.

Na de lessenreeks organiseren wij twee proefexamens ter voorbereiding op het officiële examen. Zo krijgt men een idee van de vragen die gesteld gaan worden. Zowel op het proefexamen als op het officiële examen moet men 75% halen per vak, en minstens 75% in totaliteit om te slagen.

Bij het succesvol afleggen van het proefexamen ontvangen je van de DTO-verantwoordelijke een attest waarmee je je kan inschrijven voor het officiële examen. Het theoretisch examen blijft geldig gedurende 24 maanden, te rekenen vanaf de datum dat men voor aIle vakken geslaagd is.

2. Medische keuring

Privépiloten moeten minstens een medisch certificaat Klasse 2 hebben. De houder van dit certificaat moet lichamelijk en psychisch geschikt zijn om de privileges verbonden aan een PPL(A) uit te oefenen. Het initieel onderzoek moet door een erkend Authorised Medical Examiner (AME) uitgevoerd worden. Het onderzoek bestaat uit o.a. een oogtest, lichamelijk onderzoek, gehoortest, elektrocardiogram (ECG) longfunctie en klinisch onderzoek.

Voor leerlingpiloten is dit certificaat noodzakelijk voor solo-vluchten.

Meer info ivm de aanvraag, de centra en AME’s is te vinden op: https://www.health.belgium.be/nl/professionals/medex/chauffeurs-piloten/medisch-certificaat-vliegvergunning

3. Praktijk PPL(A)

Men zegt wel eens dat iedereen die heeft leren fietsen, ook kan leren vliegen. En het is nog waar ook! Er mag alleen niet vergeten worden dat sommigen gemakkelijker hebben leren fietsen dan anderen, en dat hoe ouder men wordt, hoe meer tijd men nodig heeft om het te leren. Dus, hoe jonger, hoe beter. Dit belet niet dat in de Royal Antwerp Aviation Club er leden vliegen die ermee begonnen zijn na hun vijftigste verjaardag.

Iedereen kan bij wijze van kennismaking een instructievlucht uitvoeren met een bevoegd instructeur. Dit kan ook zonder dat men in het bezit is van een vliegvergunning. Eenmaal de oefenvergunning op zak, kan het echte werk beginnen, inclusief de vluchten waar men alleen aan boord is, weliswaar steeds onder toezicht van de instructeur. Een instructeur moet een bevoegdverklaring hebben van bet Directoraat-Generaal Luchtvaart en verkrijgt die slechts na bet afleggen van meer gevorderde theorie- en praktijkexamens. Bovendien moet hij erkend en aanvaard worden door de RAAC.

De eerste fase van de opleiding gebeurt in dubbelbesturing, dit wil zeggen met de instructeur aan boord. Men ontdekt en leert de werking van de roeren, de gebruikslimieten van het vliegtuig, het opstijgen en het landen. Na ongeveer 15 uur, voor sommigen minder, voor anderen meer, vliegt de leerling voor de allereerste keer alleen aan boord, weliswaar onder de verantwoordelijkheid van de instructeur. Men noemt dit de eerste solovlucht. Het is een korte vlucht, maar voor iedereen een onvergetelijke gebeurtenis.

Na die eerste korte vlucht worden de solovluchten langer. Na enkele uren wordt dan begonnen met de zogenaamde overlandvluchten. Dit zijn vluchten buiten de vertrouwde omgeving van de luchthaven. Men leert zich verplaatsen van het ene vliegveld naar het andere. Het is een toepassing van wat men in de theoriecursus heeft geleerd. Op tijd en stond wordt er ook alleen aan boord naar een vreemd vliegveld gevlogen.

Ondertussen wordt ook geoefend in het vliegen aan lage snelheid, het vliegen van bepaalde figuren die moeten gekend zijn voor het praktijkexamen en het verhelpen van noodgevallen die zich kunnen voordoen in vlucht. Ook een minimum opleiding in instrumentvliegen is voorzien. Deze basiskennis van blindvliegen dient om je uit de slag te kunnen trekken mocht je onverwachts in slecht weer terechtkomen.

De praktijkopleiding moet minstens 45 vlieguren omvatten. In de praktijk stellen we vast dat dit gemiddeld rond de 60 à 65 vlieguren is. Alles hangt af van de intensiteit van de training, de persoonlijke vaardigheden van de leerling, etc.

4. English Language Proficiency (ELP)

Vooraleer je een praktisch examen kan afleggen moet de kennis van het Luchtvaart-Engels (Aviation English) ook beoordeeld worden via een English Language Profiency examen. Je moet hiervoor minstens het niveau 4 behalen (operationeel niveau). Er zijn 6 niveaus waarbij 6 wordt gelijkgesteld met Expert/Native.

Het examen toetst zowel spreek- als luistervaardigheid, waarbij de context van de luchtvaart centraal staat.

In functie van het behaalde niveau moet je om de zoveel jaar dit examen opnieuw afleggen. Zo blijft het niveau 4 geldig gedurende 4 jaar. Het niveau 6 blijft voor onbepaalde tijd geldig.

5. Praktijkexamen PPL(A)

Het praktijkexamen wordt afgenomen door een examinator (FE) erkend door het Directoraat-Generaal van de Luchtvaart. Het bestaat uit het uitvoeren van de aangeleerde oefeningen binnen bepaalde grenzen van precisie.

Het praktijkexamen mag slechts afgelegd worden na het slagen in het theorie-examen en de vliegopleiding van minimum 45 uren. Mensen die al ervaring hebben als piloot van een helikopter, een zweefvliegtuig of een ULM kunnen daarvan maximaal 10 uur in rekening brengen.

Bij het succesvol afleggen van de skilltest zal de examinator het dossier verder afwerken en opsturen naar het DGLV, die dan een uitnodiging tot betaling zal sturen voor het uitreiken van de vergunning. Na ontvangst en verwerking van de betaling, sturen ze de vergunning per post op.

Eens de vergunning op zak kan men zich verder bekwamen door o.m. een opleiding Night VFR.